Historie 2017-07-13T16:43:01+00:00

Op een website die voor het 150 jarig jubileum van de parochie Ospel is gerealiseerd, hoort natuurlijk ook een stukje historie. Onderstaand een beschrijving van enkele voor Ospel belangrijke gebouwen en plekken. Beschreven door Henk Hermans.

OSPEL: VAN GEHUCHT TOT DORPSKERN
Ook al was de kerk van een naburige parochie soms dichterbij, toch was het tot het midden van de vorige eeuw gebruikelijk dat parochianen naar hun ‘eigen’ kerk gingen op een loopafstand van één tot anderhalf uur. Daar vervulden ze de zondagsplicht (het bezoeken van een H.Mis), werden ze gedoopt, traden ze in het huwelijk en werd hun begrafenisdienst gehouden. Daardoor moesten inwoners van Ospel, de Peel en Ospeldijk naar Nederweert om ter kerke te gaan, terwijl voor een aantal parochianen bijvoorbeeld de kerk van Meijel dichterbij was.

Een eigen parochie
De lange wandeltocht over slechte onverharde wegen was in de winterperiode voor oudere mensen en kinderen nagenoeg ondoenlijk. Vandaar dat rond 1850 de roep om een eigen kerk in Ospel, met destijds ruim 900 inwoners, steeds luider werd. Vanuit Nederweert werd dit niet ondersteund.

Echter, begin 1860 kwam ook deken Boermans van Weert tot de conclusie dat er iets moest gebeuren. Hij steunde de mensen van Ospel om te komen tot een eigen parochie. Ospel was toen nog geen echte kern maar een verzameling gehuchten, genaamd Klootspeel, Dijk, Horick, Nieuwstraat, Klaarstraat, Kreijel, Waatskamp en Ospel. Het gehucht Ospel was het grootste, lag in het midden en bevond zich aan de doorgaande weg naar Meijel. Toen er in het gehucht Ospel een kerk werd gebouwd, ontwikkelde het zich al vrij snel tot dorpskern.

Parochiekerk Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen

Benaming
In de periode rond 1855-1875 zijn er veel parochies met deze naam. De Onbevlekte Ontvangenis van Maria is een dogma van de Katholieke Kerk, door paus Pius IX op 8 december 1854 afgekondigd. Het bevestigt de bijzondere status van Maria door te stellen dat zij verwekt werd en ter wereld kwam zonder met de erfzonde te zijn bevlekt. Daarna zijn er in Nederland ongeveer 20 kerken waarvan 7 in Limburg vernoemd naar dit dogma.

Bouw parochiekerk Ospel
Nadat begin 1864 min of meer vast stond dat er een zelfstandige parochie Ospel zou komen werd door de inwoners direct gestart met de bouw van een provisorische strooien kerk. Deze lag op de hoek Lemmenhoek / Waatskamp, gebouwd tegen een schuur van de familie Looyen. Op 27 juni 1864 stelde bisschop Paradis van Roermond de parochie Ospel in. W. Vullers werd tot pastoor benoemd. Tot dan was deze kapelaan in Stramproy, bovendien een broer van burgemeester Vullers van Nederweert. Deken Boermans van Weert verrichtte de inzegening van de strooien kerk.

Direct daarna werd gestart met de architectuur van de nieuwe kerk door Pierre Cuypers uit Roermond. Voor de bekostiging ervan werd geld ingezameld.
Met de bouw van de kerk werd in 1866 gestart. Aanvankelijk maakte de rijksinspecteur bezwaar, omdat hij vond dat de kerk te groots van opzet was. Echter, bij een persoonlijk bezoek aan Ospel kon pastoor Vullers hem overtuigen van het tegendeel. Op 18 oktober 1868 wijdde bisschop Paradis uit Roermond de kerk in. De kerk is dan gereed maar aan de toren wordt nog gewerkt. Op 22 november 1869 komt hierbij Joannes van den Kerkhoff ( 19 jaar) uit Heythuysen om het leven.

Na het gereedkomen van de kerk was deze nagenoeg schuldenvrij. De kerk was begroot op fl. 34.200,-. De kosten konden worden beperkt doordat er subsidie werd verkregen, de parochianen zelf veel werk ( gratis) hebben gedaan, er zeer veel geld door de parochianen bij elkaar is gebracht door het op touw zetten van acties. Bovendien deed de familie Aerthijs een grote financiële bijdrage. Veel werk werd zelf en gratis gedaan. Een voorbeeld daarvan is dat er dagelijkse zes personen zich gratis ter beschikking stelden om mee te helpen. Het zand werd gratis aangevoerd en de inwoners bakten zelf de stenen in veldovens die her en der in het veld werden aangelegd. Heel Ospel werkte gratis mee en stelde bouwmateriaal beschikbaar. Het werd als een eer beschouwd om voor de kerk te mogen werken.

Anekdote
Waar de hoofdstraat zich splitste met de Waatskamp, lag een kuil op grond van de gemeente. Nu woonde er op Ospel een man genaamd Willem Paulus, een zogenoemde ‘waanzinnige’ die daardoor zelfs de communie niet had kunnen doen. Deze man had voorspeld dat op de plek van de kuil ooit een kerk zou worden gebouwd.

Beroving kerk
Tot voor een aantal jaren terug was het gebruikelijk dat de kerk de gehele dag open was, zodat parochianen in de kerk konden gaan bidden. Helaas kwamen er ook ongenode gasten in de kerk, die van de gelegenheid gebruik maakten om waardevolle spullen te stelen.
Dit gebeurde ook in 1873. Ospelnaren spoorden zelf de dief op en brachten hem naar de politie in Nederweert.
Onderstaand artikel stond in de plaatselijke krant van 7 december 1873. Op 8 februari 1874 meldde de krant dat de dief, Albert Kops uit Pruissen, veroordeeld was tot één jaar eenzame opsluiting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Glas-in-loodramen
In de herfst van 1944 zijn deze ramen door oorlogsgeweld allemaal vernietigd. Na de oorlog werden de ramen gerestaureerd. Het nieuwe glas is van de hand van Jan Dijker.

Interieur
In de parochiekerk vindt men de Kruiswegstaties, enkele biechtstoelen, zijaltaren en grote beelden van Heiligen.
In 1964 werd de parochiekerk in Ospel, onder leiding van pastoor Arts, uitgebreid met twee zijbeuken of transepten. Hier was veel weerstand tegen in het kerkbestuur, wegens de kosten die uitbreiding met zich meebracht. Bovendien was in 1959 in Ospeldijk als een hulpkerk gebouwd. Het aantal zitplaatsen in de parochiekerk in Ospel nam door de uitbreiding toe met 150.

Bouw hulpkerk Ospeldijk
In Ospeldijk werd in 1959 een hulpkerk gebouwd. Ospeldijk begon zich te ontwikkelen als een dorpskern; bij de bewoners in de Peel was er voldoende draagvlak voor een tweede kerk in de parochie Ospel. Deze kerk werd de Heilige Geestkerk genoemd. In december 2007 werd de kerk gesloten en afgebroken. Ter plaatse staat nu een gedenkteken in de vorm van een uurwerk.

Sacristie
De sacristie is een vertrek in de kerk waar het liturgisch vaatwerk en de paramenten worden bewaard. De paramenten zijn liturgische voorwerpen van textiel, zoals de togen en kazuifels.
Tevens is dit de bewaarplaats voor wijwater, hosties, miswijn en alles wat nodig is voor de erediensten.

Kerktoren
De torenspits werd opgeblazen bij gevechten aan het einde van WO II. Op 27 september 1944, ‘s morgens om half tien, blies een Sprengcommando van de Duitsers de torenspits tot aan het metselwerk op. De val van de spits verwoestte daarbij het oksaal, orgel en uurwerk van de kerk en deed van drie van de vier traveeën de gewelven instorten. In oktober 1944 lag Ospel tussen de linies van de geallieerden en de Duitsers. Pas op 3 november 1944 werd Ospel bevrijd. De schade aan de kerk bleek enorm. Het slechte weer, de vorst en de daarop volgende dooi verergerden deze schade. Ook veel van de inventaris ging verloren of werd ernstig beschadigd. In 1954 werd onder andere de spits op de kerktoren weer hersteld en is het kruis teruggeplaatst.

De toren bestaat uit drie verdiepingen. De eerste verdieping is het ‘koor’. Dit is een plek waar het kerkkoor zingt en het orgel staat. Vroeger had men geen geluidsinstallaties. Door de goede akoestiek in de kerk bereikte de muziek en de zang vanuit het koor alle mensen in de kerk.
Vanuit de tweede verdieping kun je naar de bovenkant van de gewelven.
Op de derde verdieping bevinden zich de klokken en het uurwerk.

Kerkklokken
Jan Aerthijs heeft de eerste klok geschonken. Waarschijnlijk is de klok gelijktijdig met het uurwerk in 1880 geplaatst.

Anekdote
Enige tijd na het gereedkomen van de kerk kwam de bisschop in Ospel. Het gesprek op de pastorie ging er onder andere over dat er een klok in de kerktoren moest komen. Wellicht ingefluisterd door de pastoor zei de bisschop: “Laten we eens gaan praten met Haaze-Jan (Joannes Aerthijs).” Toen ze bij Jan aan de tafel zaten, vertelde de bisschop wat hij in een nader dorp had meegemaakt. Daar had een man, ook Jan genaamd, geld voor een nieuwe klok gegeven. “En,” zo zei de bisschop, “toen de klokken begonnen te luidden, zongen de kinderen van het dorp “Bim Bam Jan Oom, Bim Bam Jan Oom.” Meteen voelde Jan Aerthijs aan waar de schoen knelde en wat van hem verwacht werd, en zei:  “Dan laotj ‘r heej auch mer ein make.”

In 1914 zijn er bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de parochie nog enkele klokken aangeschaft. In de oorlog (1940-45)zijn deze klokken door de Duitse bezetting ingevorderd en omgesmolten.
In 1947 werden drie nieuwe klokken gehangen van de fa. Eijsbouts uit Asten.

    • 1 klok toon F 985 kg ( excl. klepel)
    • 1 klok toon Gis 576 kg
    • 1 klok toon Ais 407 kg

Het luiden van de klok is iets anders dan het beieren. Vanuit de kerktoren horen we het luiden van de klokken, wat betekent dat de klok beweegt tegen de klepel. Als de klepel tegen de klok wordt getrokken dan heet dit beieren.
De galmgaten in de muur op de derde verdieping zorgen ervoor dat het geluid naar buiten kan.

Kerkorgel
Het kerkorgel op het ‘koor’ in de kerktoren werd in 1956 gebouwd door de Gebr. Vermeulen uit Weert. Onlangs werd het samen met enkele vrijwilligers volledig gerenoveerd door de fa. Verschueren Orgelbouw uit Heythuysen.

Kerkhof
Het kerkhof lag aanvankelijk op de hoek Lemmenhoek en Past Vullersstraat. Later werd een kerkhof aangelegd achter de parochiekerk in Ospel. Nog later kwam er een algemene gemeentelijke begraafplaats aan Kreijel in Ospel.

Heilig Hartmonument
Op veel plaatsen werd in de jaren twintig van de vorige eeuw een H. Hartmonument opgericht, zo ook in Ospel in 1926. Dit monument werd tevens beschouwd als een geschenk aan pastoor Caris bij zijn 25-jarig jubileum als pastoor van Ospel.
Pastoor Caris vond dat Ospel niet achter mocht blijven en op de preekstoel daagde hij de parochianen uit dat het “mooier dan Nederweert” zou moeten zijn. Zo kreeg hij veel steun onder andere in de vorm van hand- en spandiensten. Met karren werd zand vanaf de zandberg aan Veertien aangevoerd en boerenknechten maakten graag overuren: iedere voerman kreeg een pot bier in café Dalemans aan de Kerkstraat ( later werd dit de O.L.Vrouwestraat).

Het H. Hartpark met monument werd in 1926 aangelegd. Links is een moederfiguur met kind in de arm weergegeven. Rechts een boer met een korenschoof op zijn schouder. Eronder de tekst: “Door de parochie Ospel, uit Dank, uit Liefde, Komt allen tot mij, Ik zal u helpen”. Op het parkgedeelte zijn vanaf 1965 graven gesitueerd. Ook enkele graven van voorgaande pastoors.

Trafohuisje
Het trafohuisje is gebouwd toen Ospel in 1920 werd aangesloten aan het elektriciteitsnet. Het huisje staat op het kerkhof, aan de Waatskampzijde. Op de plek van het trafohuisje lag rond het jaar 1900 een zuivelfabriekje.

MARIAHUIS
Het Mariahuis aan de Waatskamp werd in 1936 door de kerk gebouwd. Het diende als gemeenschapshuis. Vooral het jongerenwerk, toen patronaatswerk genoemd, maakte er gebruik van. Voorheen gebruikte men voor hun activiteiten een zaal in het Klooster aan Stad in Ospel.

PASTORIE
Eind 1864 werd door de gemeente Nederweert gestart met de bouw van de pastorie. De architect hiervan is de bekende Roermondse architect Pierre Cuypers. Hij was ook de architect van het Rijksmuseum, het Centraal Station en het Paleis op de Dam in Amsterdam. Cuypers heeft meer dan 100 kerken gebouwd in Nederland, echter maar enkele tientallen pastorieën. Daarvan zijn er inmiddels weer vele afgebroken. De pastorie van Ospel is nog één van de weinige door Cuypers gebouwde pastorieën die nog in originele staat verkeert en in de oorspronkelijke functie is.
Een pastorie kenmerkt zich door een symmetrische bouw. De gang ligt in het midden. De indeling van het gebouw is zowel links als rechts van de gang identiek. Dit geldt ook voor de buitenkant van het gebouw.

AERTHIJSPLEIN
Het pleintje in Ospel is vernoemd naar de familie Aerthijs. Zij bewoonden hier een grote carré boerderij met schapen. Deze boerderij is gebouwd in 1739. De boerderij was genaamd “bi-j Haaze”.  Later was dit bi-j Haazekoeub.
Gemeenschapshuis Haaze-hoof werd hiernaar vernoemd. Na de afbraak van de boerderij werd een plein gecreëerd, dat vanaf 1960 het Aerthijsplein genoemd wordt.

In 1879 bouwde Jan Aerthijs ( Haaze Jan) een huis naast de boerderij. Dit huis werd in 1885 de kapelanie. Nu is er begrafenisonderneming Van den Boom in gevestigd.

PEELMONUMENT
Op het Aerthijsplein staat een kunstobject. Dit object dient als monument voor het Ospels Peelgebied en werd geschonken door Rabobank Ospel. Kunstenares Miriam Severijns realiseerde dit kunstwerk. Aan de voet van het monument is een plattegrond waarneembaar die de verdeling van de Ospelse Peel weergeeft. In vroeger tijden had iedere Ospelse familie een peelveldje aan één van de vele peelbanen. In het voorjaar werd hier turf gestoken voor eigen gebruik in de kachel. In het najaar werden de gedroogde turven met paard en kar uit de peel gehaald.

HAAZE-HOOF
Gemeenschapshuis Haaze-hoof aan het Aerthijsplein was voorheen de meisjesschool en diende daarvoor als kleuterschool.

KLOOSTER
Op de plaatst van het huidige WoZoCo aan Stad in Ospel stond vroeger het klooster (zusterklooster), tevens bewaarschool en meisjesschool. Het klooster werd in 1909 door de parochianen gebouwd. Pastoor Caris heeft de zusters van Heythuysen ( Franciscanessen) bewogen om naar Ospel te komen om een meisjesschool en een bewaarschool (thans kleuterschool) op te zetten. Op dat moment werd de H Hartschool een jongensschool. Later zijn de zusters ook nog actief geweest op het terrein van de gezondheidszorg. De functie van klooster verviel in 1959 toen de zusters uit Ospel vertrokken. Daarna werd het omgebouwd tot Gemeenschapshuis het Kloeëster.

MOLEN DE KORENBLOEM
Deze molen werd gebouwd in 1869. In 1928 werd Andreas Hubertus Veugen (Andreeske) de eigenaar. Men noemde de molen toen ‘Bi-j Andreeske’. Hij was de laatste eigenaar en molenaar. In de jaren vijftig raakte de molen in verval, nadat deze niet meer werd gebruikt. .
In 1971 kocht de gemeente Nederweert de molen. Omstreeks 1990 werd de molen gerestaureerd. Sindsdien is deze weer in bedrijf. De molen ligt aan de Korenbloemstraat in Ospel en wordt momenteel beheerd door de vrijwillige molenaars van de gemeente Nederweert. Op deze molen staat molenaar Geert van Winkel.

WEGKAPEL 
Aan de Klaarstraatzijweg in Ospel ligt een wegkapel gewijd aan Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. Het werd gebouwd in 1907, in neo-romaanse stijl. Het betreft hier een verbouwing tot kapel van een voormalig coöperatief melkfabriekje op handkracht (“Eendracht maakt macht”) dat in 1893 was gesticht. De verbouwing vond plaats op initiatief van pastoor H. Caris. In 1906 ging het fabriekje op in de coöperatieve stoomzuivelfabriek St. Isidorus. Wellicht werd het fabriekje ter ere van deze omwenteling tot kapel verbouwd. Een andere uitleg is dat de stichting en wijding aan Onze Lieve Vrouw in verband zou kunnen worden gebracht met de hoge kindersterfte in die tijd.
De grotendeels gaaf bewaarde kapel wordt omgeven door een omheining van bakstenen pijlers met eenvoudige smeedijzeren hekwerken. Vermoedelijk zijn deze tijdens een restauratie in 1985 vernieuwd.